De beroepstitel verpleegkundig specialist is wettelijk beschermd. Je mag hem alleen voeren als je staat ingeschreven in het Verpleegkundig Specialisten Register (VSR). En dat register kent twee varianten: Algemene Gezondheidszorg (AGZ) en Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Daarom zijn er ook twee wettelijk erkende beroepstitels.
Belangrijk: vermeld altijd je volledige titel, want je bevoegdheid is gekoppeld aan je specialisme. Dus verpleegkundig specialist Algemene Gezondheidszorg (AGZ) of verpleegkundig specialist Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Je expertisegebied hoort daar niet bij. “Verpleegkundig specialist cardiologie” is dus niet correct. Je schrijft je titel voluit en zet je werkgebied er los onder, bijvoorbeeld op de afdeling Cardiologie.
Ben je nog in opleiding? Dan voer je de titel nog niet, maar noem je jezelf verpleegkundige in opleiding tot specialist (vios). Sta je niet meer ingeschreven? Dan mag je vermelden: verpleegkundig specialist niet praktiserend. Schrijf dit altijd voluit, nooit als afkorting.
Waarom dit zo nauw luistert? Je beroepstitel laat aan de zorgvrager zien dat je bevoegd en bekwaam bent en dat je handelt volgens de professionele standaard. Het onterecht voeren van een beroepstitel is bovendien strafbaar: de IGJ kan een boete opleggen van 6.700 euro en publiceert titelmisbruik openbaar.
Wil je precies weten hoe het zit? Lees de volledige factsheet over de beroepstitel van de verpleegkundig specialist.